In dit document wordt de visie van onze club voorgesteld op het hoogste niveau (dames 1 & 2). Dit document kadert naast het document van opleidingsvisie en ontwikkelingslijnen binnen onze jeugdopleiding. Hierin trachten we een overzicht te geven van onze doelstellingen op lange en middellange termijn, daarnaast bespreken we ook kort de ontwikkelingslijn.
Wij zijn momenteel één van de grootste dameshandbalclubs binnen België en trachten dit te behouden door te investeren in breedtesport. Zo proberen wij om aan iedereen een ploeg op eigen niveau aan te bieden, en trachten we onze jeugdopleiding zo ver mogelijk uit te breiden.
Onze uitgebreide jeugdwerking geeft ons de eigen troeven om op lange termijn naar de top van het Belgische dameshandbal te klimmen. We willen als DHCO ervoor zorgen dat we niet enkel de breedtesport voorzien maar ook voortrekker worden op het topniveau binnen het dameshandbal. Deze doelstelling trachten we te bereiken door eigen jeugdproducten maximaal op te leiden binnen onze jeugdopleiding alvorens ze naar het dames 1&2 – team doorstromen.
Momenteel (seizoen 2026-2027) mikken we de eerste seizoenen op het behoud in de hoogste afdeling. Op middellange termijn willen we uitgroeien tot één van de ploegen die jaarlijks meestrijdt voor de prijzen. Deze laatste doelstelling willen we binnen de relatief korte termijn van 5 jaar bereiken. In het seizoen van 2029-2030 zouden we jaarlijks in staat moeten zijn de play-offs te behalen. Eenmaal we deze tussentijdse doelstelling bereikt hebben zouden we moeten uitgroeien naar een club die jaarlijks meestrijdt voor de landstitel/BvB. Om deze laatste doelstelling te bereiken zullen er op topniveau ook de nodige transfers nodig zijn. Maar dit laatste trachten we te beperken. We willen maximaal werken vanuit onze eigen jeugdopleiding, waar onze aandacht naar uit moet blijven gaan. Als DHCO-zijnde kunnen we niet ontkennen dat je geen topsport-ambities kan hebben zonder opleiding alsook breedtesport te voorzien/ te ondersteunen.
Handbal is een erg complexe sport, waarbij de prestatie van zowel individuele als groepsfactoren afhangt. Het hedendaagse handbal wordt vooral gekenmerkt door snelheid. Hierbij spelen de volgende fysieke, technische en tactische competenties van de speelsters een rol:
Voor de volledigheid geven we hier een overzicht van de ontwikkelingslijn binnen onze jeugdopleiding. De ontwikkelingslijn en visie moet uitmonden in een sterk dames 1 &2 - team, hier kaderen de doelen en accenten zich binnen het blok van de opbouwtraining. Binnen de jeugdopleiding volgen we de visie die vanuit de VHV-ontwikkelingslijnen wordt voorgeschreven. De vorming van handbalsters wordt onderverdeeld in drie grote blokken:
Tot 10 jaar wordt het accent geplaatst op een veelzijdige motorische vorming met veel aandacht voor coördinatie en de fysieke basisvaardigheden. Een brede motorische vorming moet ervoor zorgen dat de handbalster op latere leeftijd zich gemakkelijker nieuwe technieken en vaardigheden eigen kan maken.
Van 11 tot en met 14 jaar blijft veelzijdige motorische en fysieke training belangrijk en wordt er heel veel aandacht besteed aan de technische en tactische basistraining. De beheersing van deze basisvaardigheden is essentieel tijdens de verdere handballoopbaan en bepalend voor een ontwikkeling tot een tophandbalster. De ontwikkeling van het individu op lange termijn staat steeds centraal!
Vanaf M16 is er veel meer aandacht voor een specifieke en meer gespecialiseerde opleiding van elke individuele speelster. Bovendien komt hier meer groepstactiek aan bod. Daarnaast neemt de conditionele training als belangrijke prestatiebepalende factor een grote plaats in. Op volwassen leeftijd is er meer aandacht voor het team en de prestatie maar het individu mag zeker nooit vergeten worden! Dit laatste is enorm belangrijk gezien dames vanaf de leeftijd van 16 jaar in de eerste ploeg mogen aantreden. Vaak gaat dit ten koste van de individuele ontwikkeling van een speelster. Het is dus belangrijk dat we bij ons beloftenteam (dames 2) de opbouwtraining doortrekken.
De handbalspecifieke opleiding van een speelster bij het dames 1&2 – team kadert binnen de blok 'Opbouwtraining'. Daarnaast zijn er zes bouwstenen die in deze aan bod komen en waaraan de trainer/trainster aandacht dient te besteden om de speelster een brede opleiding en handbalopvoeding mee te geven.
De eerste drie bouwstenen zijn meer evidente bouwstenen, namelijk de 'tactische bouwsteen', de 'technische bouwsteen' en de 'fysieke bouwsteen', die meestal in elke training aan bod zullen komen. Maar daarnaast mag de trainer drie andere bouwstenen niet vergeten in de handbalopvoeding en het ontwikkelingsproces van de speler, met name de 'sociale bouwsteen', de 'mentale bouwsteen' en de bouwsteen 'levenswijze'.
De ontwikkelingslijn en opleidingsvisie gaat evenwel uit van de ontwikkeling van een speelster tot een compleet gevormde volwassen handbalster. We zien graag een veelzijdige motorische ontwikkeling en er mag niet enkel louter specifiek getraind worden. Tophandballsters zijn in eerste instantie top'atletes' die de basistechnieken en tactieken tot in de perfectie beheersen. Maar ook uitblinken in de fysieke eigenschappen van KLUSCE (kracht, lenigheid, uithouding, coördinatie en evenwicht).
Het is dus belangrijk om als trainer/trainster/coach een globaal beeld te hebben van de opleiding op technisch en tactisch vlak, maar ook op fysiek vlak.
De trainers hebben niet alleen een belangrijke functie in de handbalopleiding maar ook in de opvoeding en persoonlijkheidsontwikkeling van de speelsters. Hij/zij heeft in feite verschillende rollen op zich te nemen. De hedendaagse trainer/trainster is niet louter de persoon op het veld, die naar de sporthal komt vlak voor de training, handbaloefeningetjes en spelletjes aanbiedt, en weer snel verdwijnt na de training. Een goede trainer/trainster is ook opvoeder, motivator, communicator, heeft een belangrijke voorbeeldfunctie, enz. Hij/zij dient de speelster te begeleiden in haar ontwikkeling zowel op technisch, tactisch als fysiek gebied, maar ook mentaal, sociaal en op het gebied van levenswijze. Het is heel belangrijk dat hij/zij de speelster veel handbalplezier bezorgt, zodat ze graag komen en blijven handballen. Tegelijkertijd wil hij/zij de speelsters zoveel mogelijk leren op en naast het veld. Hij/zij beseft dat iedere speelster uniek is en heeft aandacht voor de persoon zelf. Daarnaast is de trainer/trainster het aanspreekpunt voor de ouders.
Een scheidsrechter is noodzakelijk voor het spelen van wedstrijden. Een respectvolle houding van de trainer/trainster t.o.v. de scheidsrechters is dus enorm belangrijk. De trainer/trainster heeft een voorbeeldfunctie hierin naar zijn/haar speelsters toe. Teveel focus op de scheidsrechter in plaats van op het eigen team zorgt ervoor dat je als trainer het eigen team en de eigen spelers tekort doet. We willen dat onze trainers/trainsters zich concentreren op hun eigen spel en het bijsturen van de speelsters. De trainer/trainsters moeten ook ingrijpen in het gedrag van een speelster als de scheidsrechter het niet gezien heeft. De trainer/trainster heeft hier een opvoedkundige rol.
We willen dat onze trainers/trainsters positieve evolutie doormaken, zichzelf evalueren en zo evolueren tot een hoger niveau. Dit kan alleen maar als de trainers/trainsters tijd willen steken in zichzelf en de speelsters door:
Iedere trainer/trainster heeft zijn/haar eigenheid en deze eigenheid is belangrijk. Toch zijn er een aantal zaken die wij als club vooropstellen als goede eigenschappen voor een trainer/trainster van het dames 1&2 – team.
Wij willen er naar streven dat onze coaches de speelsters positief benaderen en positief bijsturen. Het is belangrijk dat onze manier van coachen er voor zorgt dat de speelster zal verbeteren op handballend gebied, en intrinsiek gemotiveerd wordt om te verbeteren en blijvend te participeren in de handbalsport. Daarom staat het vooraan dat onze coaches de drie basisnoden autonomie, competentie en binding bij de speelsters invullen.
We streven er dus naar om te coachen met de M-factor (zie www.mfactor.be voor meer info omtrent de zelfdeterminatie theorie en de gevolgen op prestatieverbetering en motivatie tot het participeren in de betreffende sport).
De coaching strategie sluit niet uit dat we op het hoogste niveau niet heel direct, streng en correctief mogen coachen. Belangrijk is dat er steeds (taakgerichte) duiding gegeven wordt.
Ondanks de positieve benadering trachten onze trainers/trainster zeer kritisch te zijn naar uitvoeringen. Niet eender welke uitvoering is zomaar goed. We moeten trachten zo nuttig mogelijke feedback te geven, een aantal basisregels die we hiervoor in het hoofd moeten houden zijn:
We zeggen wat het einddoel is en wat we juist verwachten.
We geven de speelster mee waar haar uitvoering zich verhoudt tegenover de gewenste uitvoering.
We geven mee hoe ze het gat kan dichten om tot de volledig juiste uitvoering te komen.
Het is dus belangrijk dat onze trainers/trainsters een duidelijke structuur voorzien waarbinnen getraind wordt. Het uitzetten van duidelijke richtlijnen is belangrijk.
Tot slot is het belangrijk dat onze speelsters niet over afhankelijk worden van de coaching. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden belangrijk naar de toekomst toe om zichzelf als speelster bij te sturen tijdens de wedstrijd. We moeten daardoor ook trachten om mondelinge feedback vanuit de trainer/trainster te laten uitdoven.
Onze beginnende trainers/trainsters raden we aan om alle mogelijke aandachtspunten van een techniek, oefening, spelvorm, enz. op de trainingsvoorbereiding te noteren zodat ze tijdens de training hier gemakkelijk op kunt terugvallen, gericht leren observeren en corrigeren.
Bovendien zal een trainer/trainster die hard werkt aan de vooruitgang van de individuele speelsters, vanzelf ook betere wedstrijdresultaten behalen op termijn.
Onze trainers/trainsters worden geconfronteerd met heterogene groepen. Iedere speelster is anders, iedere speelster bevindt zich op een ander niveau, iedere speelster heeft zijn eigen noden, enz. Onze trainers/trainster dienen dus te differentiëren in de trainingsstof.
Onze trainers/trainsters hebben zeker niet alleen aandacht voor de beste speelsters (dames 1), maar zeker ook voor de zwakkere speelsters (dames 2 en jeugdproducten). Deze laatste speelsters dienen zich op termijn te kunnen ontwikkelen om de plaatsen in dames 1 op te vullen.